"Die magie van Hattem, die mensen bij elkaar brengt"

Natuurlijk horen wij u denken: Alweer een Hattemkoppel. U was echter al gewaarschuwd. Het boek met Hattemliefdes is oneindig. Ook Thijs en Eline vullen samen een hoofdstuk. En dat dit een mooi hoofdstuk is blijkt uit onderstaand verhaal.

Nationaal Kamp Hattem
Cover Image

Natuurlijk horen wij u denken: Alweer een Hattemkoppel. U was echter al gewaarschuwd. Het boek met Hattemliefdes is oneindig. Ook Thijs en Eline vullen samen een hoofdstuk. En dat dit een mooi hoofdstuk is blijkt uit onderstaand verhaal.

Soms vraagt iemand aan me: “Waar heb jij je vriend ontmoet?” Dan mag ik trots zeggen: “Kamp Hattem.” Oké, misschien is het niet vreselijk origineel. Wij zijn er twee van een hele reeks die elkaar in het bos, bij het kampvuur of tussen de vieze toiletpotten hebben gevonden. Maar het is in ieder geval origineler dan: “In de kroeg.” En het is minder pijnlijk dan: “Nou, hij was de gymleraar.” Dus ik ben tevreden.

Maar wat is dat toch? Die magie van Hattem, die mensen bij elkaar brengt. Ik weet het niet, maar ik weet wel dat het werkt. Ik weet nog, weeïg als het klinkt, de eerste keer dat ik Thijs zag. Een klein mannetje, met een baard, bretels en een sigaar. Klinkt niet echt als een Casanova, maar toen ik hem die maandag over het podium zag springen en met zijn sombrero zag zwaaien, was ik meteen verkocht. Hij was open, vrolijk en we kwamen er snel achter dat we veel gemeen hebben.

Dat is misschien een stukje van de Hattem-magie. Je leert elkaar in een paar dagen al behoorlijk goed kennen. Je ziet iemands beste en slechtste kanten in een tijdsbestek van soms maar een paar uur. Iedereen is moe en we zien eruit (zoals Adri Romijn zou zeggen) alsof we zijn overreden door lijn elf. Als je elkaar dan nog steeds leuk vindt, dan moet het wel goed zitten. Terug naar Thijs. Ik heb hem ontmoet tijdens het kamp van 2009, het jaar van de vliegende sombrero en de gemaskerde vreemdeling. Ik was Kampwacht, hij was staf. Hij was de publiekslieveling, ik was een van de boeven. Maar dat gaf allemaal niet. Het enige dat mij in de weg stond, waren tweehonderd hysterische kleine meisjes. Gelukkig bleek dat geen probleem. Ik heb mijn liefste lach gelachen en geprobeerd mijn kleine oogjes nog een beetje te laten stralen. Het maakte Thijs gelukkig niet uit dat mijn haar op een ontploft vogelnestje leek, of misschien hoopte hij gewoon dat het daarmee thuis wel weer goed zou komen. Na vijf dagen kletsen, appels uitdelen en een beetje flirten was het alweer vrijdag. Op die laatste avond, mochten ze een kruisje achter onze namen zetten. Bij gebrek aan een fietsenstalling, hebben we stiekem in het donker van het amfitheater gekust. De volgende dag was de verwarring groot. “Dat doet hij anders nooit!” zeiden Thijs zijn medestafleden tegen elkaar. “Oh, sufferd!” zei mijn vriendinnetje, waar ik samen mee naar Hattem was gekomen. Maar ik wist het allang. “We gaan elkaar zien,” heb ik hem meerdere keren laten beloven. Toen ik hem zocht, die zaterdag, om hem gedag te zeggen kwam ik een nietsvermoedende David tegen. “Oh, jij komt natuurlijk mijn broertje gedag zoenen. Die is ook veel knapper dan ik,” grapte hij nog. Had hij toen maar geweten dat ik de volgende Kerst bij hen aan tafel zou zitten.

Ik vond het afscheid best moeilijk. Ik heb me nog even zorgen gemaakt. Zo’n eind uit elkaar. Nieuwegein ligt niet bij Dordrecht om de hoek. En hoe moest ik nu weten of hij zich net zo voelde als ik? Maar het is allemaal goed gekomen. Meer dan goed. De zondag erna mocht ik hem van de bus halen. We hadden een heerlijke middag samen. Er was geen ontkennen meer aan. We waren vriendje en vriendinnetje. En dat zijn we nog steeds. Ik weet niet hoe het werkt, die Hattem-magie, maar ik weet wel dát het werkt.

Eline Mijnster werd na haar periode als Kampwacht onder meer een vaste toneelspeelster en schrijfster van het Kampverhaal. Op dit moment heeft ze even een ‘Hattemstop’. Manlief Thijs Mijnster kende dankzij zijn met het Hattemvirus geïnfecteerde ouders het Hattemse Bos al ruim voordat hij kon lopen. Op dit moment leidt hij als Algemeen Kampleider de Kampweek in goede banen

"Ik heb daar zoveel geleerd"

Wie kan beter beoordelen hoe leuk het is in Hattem dan één van de recent deelnemende kinderen? Taz Lanen ging mee met Lemmer en schreef daarna zijn ervaringen op

Nationaal Kamp Hattem

Wie kan beter beoordelen hoe leuk het is in Hattem dan één van de recent deelnemende kinderen? Taz Lanen ging mee met Lemmer en schreef daarna zijn ervaringen op.

Image description

Nog enkele dagen en dan is het zover. Het 60e Nationaal Kamp zal dan geopend worden. 60 jaar alweer. Het kan niet anders of u heeft ook een prachtverhaal die linkt naar het Nationaal Kamp. Schrijf het op en deel het met ons. Stuur het naar 60jaar@nationaalkamp.nl en u leest hem terug op deze pagina

Nationaal Kamp Hattem
Cover Image

Iedereen die ooit met het Nationaal Kamp Hattem in aanraking kwam heeft in principe een mooie anekdote. Zeker als je sinds 2003 als jaarlijks in verschillende personages op het podium staat. Bijvoorbeeld zoals Floris de Jonge. Ook hij klom in de pen en deelde deze anekdote.

Tijdens het 46e Nationaal Kamp Hattem kreeg ik mijn eerste hoofdrol in de Kampfilm en het toneelstuk van de Kampweek. Ik kroop in de huid van Bart Boursin. De Kampfilm werd opgenomen in Zeeuws-Vlaanderen, voor mij geen onbekend gebied. Het was een leuke ervaring. Ik had geen idee hoe het eraan toe zou gaan, maar karrevoerder Dubacle (Cor Spek) stelde mij op mijn gemak en binnen twee dagen hadden we al het filmmateriaal verzameld. Nou ja, Adri Romijn (Munk de Monnik) en ik moesten nog wel even op maandag naar Dordrecht voor een opname van twee minuten, maar met het motto ‘Na Hattem komt Hollywood’ in mijn achterhoofd had ik dit er graag voor over.

In juni 2003 was het eindelijk zo ver en maar liefst 448 kinderen kwamen naar ‘Hattemoment’ om het Clandestiene Verbond te ontmaskeren. Op het Bussenveld nam ik plaats op een oude boerenkar en verwelkomde de kinderen uit alle deelnemende plaatsen. Nog wat onwennig schuifelden de kinderen langs de boerenkar. Sommigen gaven mij een handje, maar de meeste kinderen liepen snel verder. Op weg naar hun Kampement om zich gereed te maken voor de onvergetelijke week die in het vooruitzicht lag.

De laatste groep die mij passeerde was de groep uit Lemmer. Ook hier weer een paar kinderen die mij de hand wilden schudden. Totdat er een jongetje voor mij stond met een heel grote glimlach. ‘Mijn naam is Tjalling. Mag ik even bij je komen zitten?’ Tjalling had zich duidelijk goed voorbereid. Hij droeg een korte broek zoals Bart Boursin, een boerensjaaltje en op zijn hoofd zag ik een petje dat niet te onderscheiden was van die van mij. Tjalling vertelde in geuren en kleuren dat hij veel zin had in de Kampweek en vond het erg leuk dat hij nu al even bij mij mocht zitten. Een fan was geboren! Na tien minuten moest ik hem toch echt richting zijn Kampement sturen en enthousiast gaf hij me een hand. ‘Tot straks hoor Bartje!’

Tsjalling werd deze week mijn schaduw… Overal dook hij op en het liefst wilde hij dan ook alles van me weten. Tijdens de Lussentocht op dinsdag stond ik langs de weg om kinderen te begeleiden bij het oversteken. En daar stond Tjalling ineens. Hij was zijn groepje kwijt en vroeg of hij bij mij op de andere kinderen mocht wachten. Geen probleem natuurlijk. Via de porto vroeg ik waar zijn groepje was en binnen een half uurtje kwamen de kinderen langs mij. Samen met een ander Staflid probeerde ik in de tussentijd alle vragen van Tjalling zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ja natuurlijk woonden wij met zijn allen in dat Kampgebouw. En in de winter oefenden we iedere dag voor het toneelstuk. De bouw van het decor gebeurde in het voorjaar. En na deze Kampweek kwamen er weer andere kinderen ja. Groepen uit Amsterdam, Maastricht, Groningen. Natuurlijk ging dat het hele jaar door. We maakten de verhalen wat groter dan de werkelijkheid, maar ook dat is Nationaal Kamp Hattem…

Tjalling had de week van zijn leven en omhelsde mij aan het eind van de week met de tranen in zijn ogen. ‘Bedankt voor de fantastische week Bart. En ik kom hier zeker nog een keer terug.’ We zijn inmiddels aanbeland in 2017 en het schrijversteam heeft Bart Boursin weer van stal gehaald. In het Kampverhaal speelt hij weer een prominente rol. Ik ben benieuwd of Tjalling ook weer naar Hattem komt dit jaar.

Alvorens Floris de Jonge toetrad tot de Kampstaf ging hij al regelmatig mee als mentor van Terneuzen. Sinds 2003 kennen we hem vooral van zijn glansrollen op het toneel, maar was hij onder meer ook Algemeen Kampleider. Dit jaar vertolkt Floris wederom een rol op het toneel. U raadt het al: Die van Bart Boursin.

"Majesteit, Majesteit, heb je volgende week wat tijd"

Ook in 2011 werd er weer een succesvol Hattemjaar afgerond. Op Hyves verscheen toen onderstaand liedje op de wijs van ‘Majesteit, Majesteit’ van Guus Meeuwis en Youp van het Hek.

NKH60
Cover Image

Ook in 2011 werd er weer een succesvol Hattemjaar afgerond. Op Hyves verscheen toen onderstaand liedje op de wijs van ‘Majesteit, Majesteit’ van Guus Meeuwis en Youp van het Hek.

Majesteit, Majesteit, heb je volgende week wat tijd Omdat je dan wat mensen moet belonen Majesteit, Majesteit, Heb je volgende week wat tijd In Hattem had je je best mogen vertonen

Al was het maar voor onze Kampwachten Die bos en amfi snel in leven brachten Soms veel drank en af en toe een kruisje Als men los ging achter Gerrie's huisje

Majesteit, Majesteit, Heb je volgende week wat tijd, Want ook later kwam de Kampstaf binnen Majesteit, Majesteit, even voor de duidelijkheid, Hiervoor moet je toch echt eens wat verzinnen

En geef hun feest toch een bijzonder tintje geef ze dit keer allemaal een lintje Naast toneel, decor en ook jureren moest men het complete bos beheren

Majesteit, Majesteit, het was geen makkelijke tijd, Ook niet voor een handje vol mentoren, Majesteit, Majesteit, ook voor hun echt geen verwijt, Ze lieten zich door niemand echt verstoren.

Soms vloeiden er gloeiendhete tranen, maar meestal liep het echt in goede banen, Beatrix, kom eens en ontspan je, In het bos van eikels en kastanje.

Majesteit, Majesteit, even voor de duidelijkheid We deden het voor al die leuke kinderen Majesteit, Majesteit, ja slecht weer dat was een feit Maar de kids lieten zich, hierdoor niet verhinderen

En je kunt je dankbaarheid bewijzen Door je in Chinees kledij te laten hijsen Als je dat doet, houdt Foe-Yong-Hattem van je, Dus laat je snel versieren met veel franje

Majesteit, Majesteit, doe het voor de zekerheid, Want het risico is niet echt gering Majesteit, Majesteit, straks raak jij je baantje kwijt De nieuwe koningin heet dan Meying...

Het liedje werd volop gedeeld op de sociale media, maar haalde nooit de Top-40. Meying was overigens de hoofdrolspeelster uit het Kampspel van dat jaar, dat zich afspeelde in het Chinese Foe-Yong-Hattem.

"Er kwamen steeds meer vlinders in mijn buik"

Kamp Hattem en liefdeskoppels. Onlosmakelijk verbonden met elkaar. We kunnen er inmiddels een zeer dik boek mee vullen. In deze serie van 60 jaar Kamp, 60 jaar Anekdotes kwam u eerder al een koppel tegen dat in de oorsprong kent in de Hattemse bossen. Ook Patrick en Linda Mandemaker vonden elkaar als Kampwacht en werden tussen het schoonmaken van toiletten en het hangen van dekzeiltjes door verliefd op elkaar. Een verhaal dat te mooi is om te laten liggen en dus leest u hem hieronder.

NKH60
Cover Image

Kamp Hattem en liefdeskoppels. Onlosmakelijk verbonden met elkaar. We kunnen er inmiddels een zeer dik boek mee vullen. In deze serie van 60 jaar Kamp, 60 jaar Anekdotes kwam u eerder al een koppel tegen dat in de oorsprong kent in de Hattemse bossen. Ook Patrick en Linda Mandemaker vonden elkaar als Kampwacht en werden tussen het schoonmaken van toiletten en het hangen van dekzeiltjes door verliefd op elkaar. Een verhaal dat te mooi is om te laten liggen en dus leest u hem hieronder.

Zo’n veertien jaar geleden besloot ik om voor het eerst mee te gaan als kampwacht. Ik was toen achttien jaar en al druk met een baan in een kapsalon. Ik had even zin om me niet druk te maken om haar, make-up en beleefd zijn tegen klanten. Gewoon even back to basic en lekker soppen in het bos. Ik vond het wel spannend om nieuwe mensen te ontmoeten. Zeker had ik niet verwacht dat ik daar de man zou vinden waarmee ik mijn leven zou slijten. Zoiets verwacht je toch niet met een tas vol met oude kleding, zonder make-up of een lekker luchtje?

Ik reed met Xander Kleine mee naar Hattem. Hij ging al een aantal jaren mee als kampwacht. Hij had me een beetje verteld wat ik moest verwachten. Overdag werken en ‘s avonds een drankje drinken met veel gezelligheid en weinig slaap. Ook vertelde hij me over de mannen die al een aantal jaren mee gingen. Patrick Mandemaker moest ik in de gaten houden, want dat vond hij wel wat voor mij. Terwijl ik echt niet zat te wachten op een nieuwe vriendje. En daarnaast had ik al één jaar een vriendje in Terneuzen.

De voorbereidingsweek begon rustig, tenminste, Corrie Smit liet ons geen moment met rust, het werk ging maar door. Op een woensdag was de damesslaapzaal aan de beurt voor een schoonmaakronde. Alle matrassen moesten naar buiten en uitgeklopt worden. Heerlijk werk om je agressie in kwijt te kunnen. We hadden de grootste lol. Tot er een jongen de stoep op liep en zich voorstelde als Patrick Mandemaker. Mijn raderen gingen draaien. Was dit nou de man waar Xander over sprak? Ik verwachtte een ideale donkerharige adonis met blauwe ogen, maar dit was zeker mijn type niet. Zonder verder aandacht aan hem te schenken gingen we verder met ons werkje. Het werd een hele gezellig week en we hadden een hoop lol. ‘s Avonds dronken we veel te veel en we kregen veel te weinig slaap. Ik merkte wel dat mijn aandacht steeds meer bij die jongen was die zeker niet mijn type was. Hij was eigenlijk heel leuk, lekker aanwezig, echt een gangmaker. Er kwamen steeds meer vlinders in mijn buik.

Er was in Hattem een ongeschreven kampwachtenregel, namelijk jezelf niet scheren en zo min mogelijk douchen. Daar deden wij meiden niet aan mee hoor, ‘s morgens deden we stiekem een beetje mascara op. De mannen hadden daar schijt aan. Ze schoren zichzelf niet, dus je kunt je voorstellen hoe fraai dat er uitziet na een week. Patrick moest het weekend de buitenwereld in om te voetballen en hij ging fris geschoren en gedoucht weg. Toen hij vertrok wist ik het zeker: deze jongen moet ik beter leren kennen. Ik miste hem in het weekend een beetje en het was net iets te rustig onder de kampwachten. Zondag was hij weer van de partij. Het werd gezellig en na paar jutters en een boswandeling sloeg de vonk over en we zoenden voor het eerst in het Amfitheater. Het was een zeer geslaagd begin van de kampweek.

Woensdag was het marktdag. Mensen van buitenaf kwamen op visite en dat heb ik gemerkt ook. Ik ging gelijk door de vleeskeuring van broer, ouders en andere oud-kampwachten. Ze vonden me erg chagrijnig kijken, maar dat was niet gek, want ik stond achter de frietkraam en daar was het retedruk. Mijn eerste indruk was niet zo best.

Aan de eind van de week, op vrijdagavond, is het traditie dat iedereen zijn oude kleren verruild voor gewone kleding. De luchtjes en de make-up kwamen weer tevoorschijn en we deden goed ons best om er mooi uit te zien voor het gebruikelijke feestmaal. Het is altijd leuk en gek om elkaar in gewone kleding te zien. Je hoeft je na zo’n week alleen nergens meer voor te schamen, Patrick had me puur natuur leren kennen, in oude vieze kleding, zonder make-up.

Na het kamp bracht die blonde adonis mij thuis en we namen afscheid met het idee dat we wel zouden zien waar het schip zou stranden. Het duurde nog geen twee dagen of hij stond alweer voor mijn deur met een grote beer. Ik was het meisje waar hij verder mee wilde. Ik besloot de stap te wagen en ik ging er ook voor.

Nu zijn we twintig jaar bij elkaar, waarvan zestien jaar huwelijk en vier superlieve kinderen verder en we lopen nog steeds in Hattem rond. Wij begeleiden nu met zijn tweetjes de kampwachten, net als Corrie Smit dat toen deed en onze kinderen kunnen nooit wachten om weer naar het bos te gaan. Het is een feestje om de jongelui gedreven te krijgen en een eenheid van de groep te vormen. En natuurlijk hopen we nog op veel meer liefde in de boslucht. Het is namelijk heel bijzonder om op deze manier de man van je leven tegen te komen.

Patrick en Linda kregen als velen het Kampgevoel met de paplepel ingegoten. Beide waren ze als kind deelnemer, gingen ze mee als Kampwacht en hebben ze een behoorlijke staat van dienst opgebouwd in de Kampstaf. Op dit moment geven ze als Hoofd Kampwacht vooral sturing aan de jaarlijkse groep Kampwachten.

"Meneer Kroon zei bietje meer rot en ineens wier alles rot!"

Lol is voor veel dingen het toverwoord en zeker ook voor het jaarlijkse Nationaal Kamp Hattem. We zingen niet voor niets jaarlijks 'Wat is een Kamp zonder lol?' Wim van Zijl heeft in al zijn jaren die hij betrokken was een hoop lol gehad. Onder meer toen hij onderstaand meemaakte

Nationaal Kamp Hattem
Cover Image

Lol is voor veel dingen het toverwoord en zeker ook voor het jaarlijkse Nationaal Kamp Hattem. We zingen niet voor niets jaarlijks 'Wat is een Kamp zonder lol?' Wim van Zijl heeft in al zijn jaren die hij betrokken was een hoop lol gehad. Onder meer toen hij onderstaand meemaakte

Ik zat laatst nog eens te bladeren in het boekje ‘45 jaar Stichting Nationaal Kamp’. Natuurlijk kwam ik weer terecht in de periode dat ik zelf kampwacht was.

In 1971 hadden we een superdruk kamp, met een thema genaamd ‘Bosvarkens’. Er waren dat jaar maar liefst 536 kinderen aanwezig in het Hattemse bos. En prinses Beatrix herself had de eer om het kamp te openen.

Ik was net gepromoveerd tot licht- en geluidsman, samen met Hendrik Kroon, en wij zaten samen in het kotje wat nu het regiehok heet. Ik weet niet waarom en hoe en wat, maar het ging financieel niet goed met de Baron van Molecaten en Joop Kroon besloot opeens tot een klank en lichtspel op locatie. Wellicht als promotie van het kasteel bij Molecaten. In ieder geval aan Hendrik en mij de schone taak om de hele zooi af te breken in het Amfitheater waar het allemaal al klaarstond. Licht en geluid, loodzwaar en hopeloos ouderwets. En allemaal in het plastic vanwege het slechte weer toentertijd. Vervolgens op de Landrover en weer opbouwen op het grasveld voor het kasteel.

Het werd donker en het veld stroomde vol. Op het grasveld stonden allemaal stoelen waar de ‘bobo’s’ plaats konden nemen. Alle kinderen en mentoren stonden in rijen achter de stoelen. En dat terwijl wij in het natte gras lagen om de boel te bedienen.

Er kwam een span paarden voorbij. Echte paarden, met koets en daarbij een aantal van te voren opgenomen geluiden. Daartussen vertoonde Joop dia’s, begeleid door een verhaal terwijl wij de geluiden lieten horen. Men mocht ons niet zien en daarom lagen wij verdekt opgesteld in het natte gras. Ikzelf samen met Hendrik achter de schuifregelaars en een aantal kampwachten achter grote gecamoufleerde lichtbakken met een aantal plastic raamwerkjes met gekleurd cellofaanpapier ervoor geplakt. We waren verbonden door middel van een aantal koptelefoons. Alle draadjes waren aan elkaar geknoopt, zodat we allemaal Joop konden horen. Die fluisterde instructies zoals “Meer rood! Snel meer geel! Geluid iets hoger! Let op, nu alles blauw!” De commando’s volgden elkaar snel op en je kon niets terugzeggen. Die mogelijkheden waren er toen nog niet en als ze er wel al waren, wij hadden ze in ieder geval niet. Het was lastig om in het donker je kleurenschermpje te wisselen. De kleur was niet goed zichtbaar, ze waren nat, ze gingen makkelijk kapot en Joop zijn stem werd ongemakkelijk en ongeduldig op zijn tijd.

Één van de kampwachten was Harm, zijn achternaam weet ik niet meer. Een beetje een onhandige, pechvogelachtige jongen met een Drents accent. Hij zei altijd “Ik bun olmoal uut Coevorn kommen”. Hij dacht dat Coevorden verder weg was dan Rotterdam! In ieder geval, Harm hield zijn schermpje te dicht en te lang voor de 1000 watt lamp en ja hoor, de brand erin. In plaats van het schermpje op het natte gras te gooien rende hij ermee over het gazon, hopend dat het uit zou waaien. Niet dus. Later vertelde hij “Meneer Kroon zei bietje meer rot en ineens wier alles rot!”

Wim van Zijl begon in 1972 zijn Kampcarriére als Kampwacht. Nadat hij dit enkele jaren gedaan had volgde er een pauze. In 2000 keerde hij terug in de Kampstaf en vulde hij naast zijn bestuursfunctie meerdere taken in waaronder als marktmeester en in de PR