Nationaal Kamp Hattem
Cover Image

Eerder in deze serie mocht u al kennis nemen van het feit dat Gerrie Romeijn met trots de bijnaam ‘Snaartje’ verworven heeft. Een mooie reden om eens een stukje over de Hattemband te schrijven. Inclusief leuke anekdote.

Het 60ste kamp is voor mij het zestiende jaar dat ik mee ga naar het Hattemkamp, eerst als mentor Oude Vaart Terneuzen, later als vaste kampstaf, maar alle jaren was ik lid van de Hattemband.

De band bestaat uit vaste Kampstafmedewerkers, Kampwachten, mentoren of mentrixen en ook kinderen van de vaste staf. Het eerste jaar waren wij met z’n drieën en afgelopen jaren met z’n zessen of soms zevenen. Dit jaar zijn we met vijf personeen.

In de voorbereiding bedenken wij meestal met een paar personen het nieuwe themalied. Dit jaar is de muziek en tekst door Thijs bedacht. Verder wordt op internet nog gezocht naar nieuwe liedjes die bij het thema passen. Ook hebben wij in de liedbundel een paar nummers staan die elk jaar gemakkelijk te verschrijven zijn naar het thema. In het Januari weekend proberen wij dan deze liedjes op te nemen en zo kan daarna de liedbundel samengesteld worden, zodat in het Mentorenweekend de bundels klaar zijn om uit te delen. De kinderen kunnen dan lekker oefenen. Samen met een stickje waar alle nummers op staan.

Het aantal liedjes zit elk jaar tussen de 34 en 38 liedjes. We proberen ze allemaal twee keer te spelen over de gehele week, maar de toppers komen vaker aan bod, zoals Johnny de ponny en Keesje de Jordaan, pleecomplex en niet te vergeten het verjaardagslied. Deze doen wij elke dag. Ook als er niemand jarig is. Op maandag wordt deze vaak even geoefend. Meestal maken wij dan gewoon iemand jarig.

Een paar jaar geleden hadden wij nog een toppertje in de liedbundel staan. ‘Droom over China’ was speciaal door Kampwacht Suzanne geschreven omdat er naast de kampsong verder geen leuke kinderliedjes te vinden waren. Vooral het refrein werd geweldig meegezongen door de kinderen. Nu een paar jaar later heeft Suzanne nog twee nummers geschreven voor in de liedbundel. De laatste komt er dit jaar nieuw in.

In de zestien jaar dat ik nu mee speel is de samenstelling van de band elk jaar anders. Jaren geleden was het zo erg dat we op woensdagavond nog ons aan elkaar aan het voorstellen waren. Op een keer hoorde wij pas zaterdagavond dat wij de hele week een drummer hadden. Er werd een drumstel uit een kerk gesleept die wij een paar keer hebben moeten repareren. Aan het eind van de week was deze beter als dat hij in jaren was geweest.

Dit jaar bestaat de band uit Judith op toetsen, Kimberly op drums, Gideon op gitaar, Joost op Cajon, en ikzelf op gitaar / banjo of mandoline, en als Thijs tijd heeft ( die heeft namelijk een hoofdrol in het spel ) schuift hij ook nog bij op basgitaar. De laatste jaren zitten er ook kinderen van de stafleden op het deksel van de orkestbak, zij nemen meestal zelf een Djembé of Cajon mee, en anders heb ik nog wel een tas vol met leuke slagwerk instrumenten.

Vanaf het eerste jaar heb ik een traditie ingevoerd op woensdagavond in de orkestbak. Het was mij opgevallen dat wij de gehele week wel samen speelden, maar verder elkaar bijna de gehele week niet zagen of elkaar spraken. De mentoren of mentrixen gingen altijd gelijk terug naar hun groepje en de vaste stafleden hebben meestal ook geen tijd om even gezellig te blijven zitten. Dus zo stond er op woensdag nadat de ouders waren vertrokken en het amfi helemaal leeg was een emmer gevuld met water met wat blikjes frisdrank in de hoek van de orkestbak, Martijn, die toen onze bandleider was, liet de microfoons openstaan en toen wij allemaal tegelijk ons blikje open maakte hoorde je door het gehele bos: tsjieeeeeeee.

Nu zestien jaar later doen wij dit nog steeds en je ziet de kinderen elke keer zoeken naar slangen. Waar komt anders dat gesis vandaan! De ex-muzikanten weten ook dat er woensdagavond een gezellig kwartiertje is na afloop. Zo wordt het elk jaar drukker in de orkestbak. Op vrijdagmiddag wordt het orkest nog eens flink getest, want na de officiële huldiging en na het neerstrijken van de vlag wordt het nummer “O Nationaal Kamp” ingezet. Dit nummer wordt de rest van de week niet gespeeld. Alleen op vrijdagmiddag spelen wij dit zo lang als dat iedereen afscheid heeft genomen en het amfitheater helemaal leeg is. Dit komt neer op zo’n 100 keer achter elkaar spelen, de snaren staan dan in je vingers gegroefd, en de kaken van onze dwarsfluitiste doen het dan ook even niet meer, maar als wij dan even later de bussen staan uit te zwaaien zijn wij het afzien in de orkestbak allang weer vergeten.