NKH60
Cover Image

Of ze nog een anekdote wisten. Dat was de vraag aan Gerard en Lilian van Hiele. Het antwoord was niet verrassend: Natuurlijk hadden ze een anekdote. Een van de categorie waarvan we er velen kennen in zestig jaar tijd, maar waarvan ieder zijn eigen unieke karakter heeft. En waarvan we toch op z'n minst moeten glimlachen. Gaat u er vooral rustig voor zitten.

Het kamp en de kinderen. Daar draait het om in Hattem. Maar er is meer. Om het kamp (financieel) mogelijk te maken moet het kampgebouw het hele jaar door verhuurd worden en moeten de gebouwen en het terrein er om heen dus goed onderhouden worden. Omdat de meeste kampstafleden niet in de buurt van Hattem wonen en vaak ook nog een drukke baan hebben, hebben we er destijds voor gekozen een klusjesman of klusjesmannen te zoeken die op vaste dagen in de week de boel netjes houden en in en rond het gebouw kleine hand- en spandiensten verrichten.

Het is halverwege de jaren tachtig als we twee oud-schippers en ‘vaders’ van kampstafleden bereid vinden die klus tegen een geringe vergoeding op zich te nemen. De heren Smit ( vader van Jan en opa van het huidige kampstaflid Barbara) en zijn zwager Koster ( de vader van Evert) komen elk week een dag op hun brommer van Zwolle naar Hattem. Er is regelmatig overleg over kleine en grotere klussen, de heren hebben het prima naar hun zin, hun vrouwen vinden het best prettig dat hun mannen elke week een dagje van de vloer zijn en ‘het Kamp’ is er goed mee geholpen.

In de vakanties zit een deel van de staf zelf in het kampgebouw en worden grotere klussen bedacht en uitgevoerd. In één van de kerstvakanties ontstaat een idee voor de schuur. Die bewust ‘in’ de grond is gebouwd om hem zo min mogelijk op te laten vallen in het bos. Maar in de praktijk blijkt dat we, zeker in de winter, veel last hebben van condens, waardoor alle kleding en rekwisieten die er zijn opgeslagen, last hebben van schimmel. Er moet dus iets gebeuren en wellicht kunnen we twee vliegen in één klap slaan en de schuur ook gelijk een ‘natuurlijk dak’ geven.

Er wordt een mooi plan bedacht en uitgevoerd. We zitten er die kerstvakantie met drie gezinnen. De families Van Eijsden, Koers en Van Hiele. Iedereen helpt mee. Ook de stafleden en bezoekers die af en toe een dagje langskomen. We halen met kruiwagens dennennaalden uit heel het bos. Héél veel naalden. Op de stoep worden de naalden in manden gedaan en vervolgens middels een ingenieus systeem met netten en katrollen op het dak getakeld en daar netjes met grote harken verspreid. Een hele klus, want het dak ligt toch op een paar meter hoogte en heeft een oppervlakte van zo’n 150 vierkante meter. We zijn dagen druk. Maar het resultaat mag er zijn. Op het dak van de schuur ligt nu een mix van een paar centimeter blad en dennennaalden en de verwachting is dat er in het voorjaar al een mooie groene laag mos op komt!

Begin januari gaat de telefoon. De klusjesmannen. Ja, ze zijn weer naar Hattem geweest en alles was prima in orde. Maar ze hebben wel het dak van de schuur even schoongeveegd want daar lagen zoveel bladeren en naalden op….

Lilian van Hiele ging in 1976 als mentor van de Poema’s van Dordrecht voor het eerst mee naar Hattem, ze werd lid van de staf, zorgde voor de toneelkleding en deed later de amfitheaterleiding. Gerard van Hiele ging in 1977 voor het eerst mee. Hij ontwierp het amfitheater, dat later in een aantal werkweekends werd gebouwd met jongens van de internaten in Dordrecht en Zwolle. Hij was penningmeester van de stichting, deed jaren ‘licht en geluid’ en was later beheerder en algemeen kampleider. Gerard en Lilian zijn nu niet meer actief in de organisatie maar hebben het Hattemvirus wel doorgegeven aan hun zoons Vincent en Wouter.