Soesah op Java

#NKH42

Na de ontdekkingsreis van reder en koopman Foppe Fopszoon in 1595 naar het verre Java ziet stadhouder prins Maurits de winst wel zitten (‘vette handel’), richt de JVC (Javaanse Verenigde Compagnie) op en stuurt in 1605 de weinig scrupuleuze Puff van Paffenrode erheen om die winst even te gaan maken als GG (gouverneur generaal).

De edele Boekie-Toe, die als Kapala (burgemeester) van de kampong wel iets zag in de handel met Foppe Fopsz -goud voor peper en kruidnagels- komt met de GG van een koude kermis thuis. Puff heeft een eigen opvatting over handel. Hij maakt de Javanen tot slaven, rantsoeneert hun porties rijst zéér drastisch, speelt ongegeneerd de baas. En hij wil kruidnagels, veel kruidnagels. Dat geeft soesah, banjak (veel) soesah. Nadat zowat het hele dorp in het geheim is gevlucht naar het oerwoud, zoekt Boekie-Toe steun bij de mysterieuze boskrol, de Tamme Tummi. Die geeft geheimzinnige raad. Boekie-Toe moet aan de slag om het Geheim van de Gamelan te ontraadselen, samen met de stammen uit de hele gordel van Smaragd.

De opdracht is niet mals: de aanleg van een illustere voorloper van de Panamericana vanuit het verre noorden en het nabije zuiden. Met de hulp van vrienden en magen; de 12 Hamca-stammen uit het gehele rijk, wordt er voortvarend gewerkt. Maar, wat raar, sabotage is aan de orde van de dag. Eerst verdenken de zo sportieve rivalen elkaar (‘zeker die ambtenáár’, of: ‘vast weer zo’n Kapokje’) maar na het vinden van een (overigens zeer zwijgzame) saboteur komt de raadsheer (Opper-Apo) des konings, de dubieuze Goet Snik in het vizier. Om deze te ontmaskeren laat de edelmoedige Bappa zich, zogenaamd verdacht, in voorarrest stellen door de koning, zodat Goet Snik vrij spel denkt te hebben. Op de eerste dag zoeken ze naar water in het noorden en vinden, nota bene aan de poort van het fort van de GG, de Slavenbel, cymbaal van het kwaad. Naar het zuiden gaan de kinderen vol vuur op pad en vinden de Kris, ook een teken van het kwade.
In de aarde worden op de derde dag aanwijzingen gevonden voor het opsporen van de Wajang Bimba, symbool van dapperheid. Tenslotte verschijnt uit het oosten de Rijstvogel in de lucht en vliegt de kampong binnen als symbool van het goede.Op de laatste dag worden de verzamelde symbolen samengebracht onder de gamelan. Door het in de juiste volgorde uitspreken van op de verschillende dagen ontdekte spreukdelen komt de Stille Krach vrij, een kracht die zijn weerga niet kent.
Onbewust van wat komen gaat -wat weet zo’n ongelikte blanke nou van Stille Krach?- voert Puff van Paffenrode zijn boosaardig regime. Hij laat alle rijst inleveren. Verzet daartegen wordt gebroken; veel inlanders worden gevangen gezet in het fort.

Toko-Me-Jatti en Pak-Me-Dan, twee inlandse spionnen, worden onder smaad en hoon door de verzamelde natie uit de circulatie genomen. Ook op het sportveld gooit Puff met zijn soldaten geen hoge ogen. De gehele spreuk is ondertussen bekend, alle elementen zijn onder de gamelan gebracht: Alle natuurelementen breken los en de GG wordt met zijn trawanten door een vloed weggevaagd, nog sneller dan iedereen had gedacht. Het is gedaan met al die Soesah, Hattam-Kampong is vrij.